Piushaven

Piushaven Tilburg

 

Wat voor een soort gebied is de Piushaven?

 

De Piushaven is de grootste stadshaven van Brabant en dateert uit 1923. Ten tijde van het gebruik van de haven was de bedrijvigheid groot en stond de inrichting en het beheer geheel in dienst van de scheepvaart. De eerste paden werden geheel getrokken door de (schippers)vrouwen en kinderen die de schepen naar de haven of naar het Wilhelminakanaal sleepten. Inmiddels zijn veel havenactiviteiten naar andere havens van Tilburg verplaatst, hierdoor kreeg de overbegroeiing de vrije hand. De laatste decennia heeft zich een uiterst spontane natuurgebied ontwikkeld. Biesbosch-achtige partijen worden speels onderbroken door statige essen en rietkragen. Tilburg heeft hiermee een unieke groenblauwe long die vanuit Moerenburg naar het hart van de stad leidt.

 

Wat leeft er in de Piushaven?

 

Door intensief gebruik van diepgeladen beroepsschepen in het verleden zijn veel ondiepe komvormige moerasgebieden ontstaan. Prachtige vrijplaats voor diverse (water)planten, vissen, vogels en natuurliefhebbers. De grote aantrekkingskracht van de Piushaven voor land en dier is vooral te danken aan de verbinding met het buitengebied via het Wilhelminakanaal. Planten en dieren, met name vogels en vissen volgen de waterlijn en bereiken via het kanaal de binnenstad van Tilburg. Daarnaast herbergt het gebied een grote  floristische rijkdom aan met name muurplanten.

 

Op 4 april 1923, werd het Wilhelminakanaal, dat Eindhoven en Tilburg met de Maas verbindt, met weinig ceremonieel geopend. Meer dan een eeuw had Brabant op het kanaal moeten wachten (het eerste plan dateert uit 1794). Uiteindelijk had de komst van het kanaal zo lang op zich laten wachten, dat de vrachtwagen de waterverbinding bijna overbodig had gemaakt.

 

Körmelingbrug

  

Voor de ontwikkeling van een nieuwe ophaalbrug had de gemeente een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Drie bureaus hadden hiervoor een ontwerp ingediend: het Belgische Bureau Greisch en Hans van Heeswijk Architecten. Een beoordelingscommissie beoordeelde het ontwerp van John Körmeling unaniem als beste. Dat de brug heel goed past in de historie van de haven sprak hen zeer aan en ook: "Dat de architect de archetypische vormgeving van een industriële brug en kraanfunctie een futuristisch jasje heeft gegeven door het ballasthuis mee te laten bewegen." Het college nam deze keuze over.  

De stalen ophaalbrug krijgt twee rijstroken, met aan beide zijden een voetpad en een fietspad. De brug lijkt op een havenhijskraan, een verwijzing naar het oude karakter van de Piushaven.

 

 Het ballasthuis is een in het oog springend deel van de brug. Het is een stalen constructie met wanden van glas. Het is 13,5 meter breed, 8 meter lang, 3,5 meter hoog en weegt 43 ton. Het komt te hangen tussen de draagarmen en gaat omhoog en omlaag bij het openen en sluiten van de brug. Zaterdag 20 april komt het vroeg in de ochtend aan in de Piushaven met speciaal transport over de weg en wordt het zolang binnen de bouwhekken geplaatst.

 

De bouw van de brug over de Piushaven lag sinds de zomer van 2012 stil na het faillissement van de aannemer Schreuder. Er werd een oplossing gevonden om de bouw vlot te trekken en voor de start van het vaarseizoen 2013 af te ronden. Het betonwerk werd afgemaakt door Schreuder bouwen langs het Water B.V. (een handelsnaam die werd gebruikt door Gebr. Remmits Grond-, Wegen- en Waterbouw B.V. dat het failliete Schreuder overnam). Reden hiervoor was dat dit bedrijf over de noodzakelijke expertise beschikte over dit specifieke project en de bouw snel kan oppakken. Voor het uitvoeren van het staalwerk werd gekozen voor DJK Zuidbroek B.V. Dit bedrijf had al een deel van het staalwerk gefabriceerd en de gemeente had hiervoor al betaald. Bij een nieuwe aanbesteding zouden dit materiaal, de expertise en de hiermee samenhangende investeringen verloren gaan.

 

De met het faillissement en vertraging samenhangende meerkosten voor de gemeente bedroegen ongeveer 580.000 euro. Een deel daarvan bestond uit meerwerk, een ander deel werd veroorzaakt door het faillissement van de aannemer.

 

Om de financiële risico's voor de gemeente Tilburg te minimaliseren, werden beide bedrijven en hun (nieuwe) moederbedrijven uitgebreid doorgelicht. Ook werden afspraken gemaakt met beide aannemers over het tussentijds opleveren van onderdelen van het project en de vergoeding van kosten door de gemeente.